Teugelcontact: een gewichtige zaak

Hoeveel ‘druk’  mag je in je handen hebben? Hoe voelt een fijne aanleuning? Wat is de juiste lengte van je teugels en hoe krijg je een fijne aanleuning?

Als ruiter voel je vaak het eerst in je hand terug wat je paard in zijn lichaam doet. Dit zorgt er meestal voor dat er tijdens de les of de training veel aandacht uit gaat naar de aanleuning en/of nageeflijkheid van je paard.

De oplossing van een fijn contact ligt vaak in het loslaten van de nadruk leggen op de aanleuning. Wanneer je paard goed door zijn lichaam loopt, zal hij vanzelf je hand opzoeken. Soms is het moeilijk om daar vertrouwen in te hebben. Wanneer je de omslag maakt van het ‘aan de teugel rijden’ naar je paard zelf je hand laten opzoeken, zal hij wellicht in het begin juist doen waar je bang voor was. Hij steekt zijn hoofd in de lucht en drukt misschien zelfs zijn rug weg. Dit was ook de reden dat je met meer druk bent gaan rijden. Door je oude patroon los te laten en het even te laten gebeuren, geef je jezelf en je paard de gelegenheid om aan de oorzaak te werken en oude patronen (letterlijk) los te laten.

Voor een fijne aanleuning en het zelf opzoeken van je hand zijn er een aantal ingrediënten nodig:

1. Energie die doorstroomt van achter naar voren. Niet te verwarren met snelheid. In het begin kan het zijn dat je even meer snelheid moet maken om de energie te laten stromen. In een later moment kan de energie stromen zonder snelheid. Zowel je paard als jijzelf hebben een voorwaartse ‘flow’ nodig.

2. De lengte van de teugels bepalen het ‘kader’ van de hals. Het frame. Zonder een constante druk. Het gewicht in je hand hoeft niet meer te zijn dan het gewicht van je teugels.

3. Bij het aannemen van de teugels mag er geen verandering optreden in het contact met de mond van je paard. Wanneer je paard bij het opnemen van de teugels tegen de druk in gaat, herhaal je dit maar dan rustiger. Op het punt waarop je paard tegen de druk ingaat, adem je uit, ontspan je en probeer je het nog een keer en dan zo rustig dat je paard geen weerstand meer biedt bij het opnemen van de teugels.

4. Je respecteert de lengte van de hals bij het op maat maken van je teugels. Het korter worden in het ‘frame’ komt vanuit het ondertreden van de achterbenen. Niet door de hals korter te maken. Dit verkrijg je onder andere door de zijgangen voor het binnen of buitenachterbeen of door het achterwaarts en het kantelen van het bekken.

5. Wanneer je merkt dat je paard zich opspant in de bovenlijn of één teugel ‘vastpakt’, adem je uit en strijk je met je binnenhand over de hals. Hiermee haal je de weerstand uit het contact en dat maak het makkelijker voor je paard om zich te ontspannen en naar je hand toe te komen.

6. Het vinden van het balanspunt in de lengtebuiging en de zijgangen zorgen er daarna voor dat je paard stabieler wordt in de aanleuning, korter in het frame door het ondertreden van de achterbenen en dat hij licht blijft in je hand.

Een mooie oefening voor het leren van een gevend teugelcontact en de weerstand uit het contact te halen, is het ‘kammen van de teugels’:

Stap rustig rond met een losse teugel. Je houdt met één hand het uiteinde van je teugels vast en je andere hand plaats je met je wijsvinger tussen beide teugels. Je schuift met je wijsvinger in een los contact naar de schoft van je paard toe, tot je contact hebt met de mond en de teugel op lengte is. Het boogje is dan net uit je teugels. Komt je paard tegen je hand in? Laat je hand rustig naar achter glijden over de teugels heen terug naar je andere hand. Nu plaats je je ander hand met de wijsvinger tussen de teugels. Je ‘kamt’ als het ware je teugels, heel rustig, tot je paard je hand op zoekt wanneer je het contact moment hebt.

Deze oefening kun je doen in stap, draf en galop.

Je uiteindelijk stabiele contact vormt het punt waarop het boogje uit je teugels is en je paard naar je hand toe komt op het contact moment. Het resultaat is een lichte verbinding voor ruiter en paard.

Dit zorgt weer voor plezier voor ruiter én paard in de training!